Carnivoor dieet

Kan het carnivoor dieet bijdragen aan een betere gezondheid? 

Overzicht van de evolutionaire-, gezondheids-, ethische-, en milieuaspecten van het eten van vlees en vis en dit in het kader van het carnivoor dieet.

Definitie carnivoor dieet 

Het carnivoor dieet is een dieet dat weinig of geen plantaardige voedingsmiddelen bevat. Carnivoor diëten variëren van het restrictieve ‘lion diet’, dat alleen rundvlees omvat, tot diëten die alle dierlijke voedingsmiddelen toelaten inclusief zuivel en eieren. En sommige versies bevatten specerijen, koffie en alcohol, die allemaal afkomstig zijn van planten. 

Auteur: Jaap Versfelt
Medisch reviewer: dr. Yvo Sijpkens, internist.

1. Een persoonlijke introductie

Waarom een artikel over het carnivoor dieet waarbij mensen slechts vlees, vis, eieren en misschien nog een minimale hoeveelheid plantaardig voedsel eten?  

Mijn vrouw Erna kreeg de diagnose MS en schakelde radicaal van een vegan dieet over op een carnivoor dieet. Het gaat haar nu enorm goed, haar scootmobiel en rolstoel staan ongebruikt in de schuur, ze fietst en wandelt weer.  

Dat verbaasde mij nogal. We lezen immers overal in het nieuws dat we meer plantaardig moeten gaan eten? Dat vlees kanker, hartaanvallen en diabetes veroorzaakt? Dat een dieet met veel vlees vezels en essentiële nutriënten mist? Bovendien zou plantaardige voeding beter zijn voor het milieu. En zeker voor dieren.

Maar, de resultaten zijn zo goed! Erna’s bloeddruk is normaal, haar bloedwaarden geven aan dat ze kerngezond is, ze heeft veel meer energie en voelt zich geweldig. Kloppen die verhalen over vlees eten wel? Ik ging op zoek naar het wetenschappelijk bewijs. Van die zoektocht doe ik verslag in dit artikel.   

Daarvoor ga ik eerst terug in de tijd om te zien op wat voor dieet wij als mens zijn geëvolueerd. Daarna bekijk ik een aantal beweringen over de gevaren van dierlijk voedsel. Om vervolgens te onderzoeken hoe dit dieet zou kunnen bijdragen aan onze gezondheid. Tenslotte ga ik in op de aspecten ethiek en milieu. Met een paar verrassende inzichten (voor mij tenminste). 

Op een persoonlijke noot, ben zelf 35 jaar vegetariër geweest, maar eet nu ook weer vlees en vis. Door mijn zoektocht ben ik nu minder bevreesd voor dierlijk voedsel.  

Ik ben benieuwd wat jij als lezer denkt na het lezen van dit verhaal. Ik hoop dat de inhoud van het artikel helpt om in vrijheid te kiezen voor een dieet dat bij jou past. Of dat nou plantaardig, dierlijk of een beetje van beide is.   

MS en leefstijl of hoe Erna haar scootmobiel wegzette en een fiets kocht

Toen Erna Bekink de diagnose MS kreeg begreep ze waar haar jarenlange gewrichtspijn vandaan kwam. Volgens de neuroloog was er niks aan haar MS te doen. Na een zoektocht kwam Erna uit bij het carnivoor dieet, een strenge variant van het ketogeen dieet. Wat er toen gebeurde “was eigenlijk belachelijk, ik ben m’n MS aan het omdraaien!”, zegt Erna.

2. Hoe ziet een carnivoor dieet eruit?

Het dieet wijkt sterk af van het huidige westerse voedingspatroon:  

2.1 Carnivoor dieet

Het carnivoor dieet is een dieet dat extreem laag is in plantaardige voedingsmiddelen. Het dieet is rijk aan eiwit en vet en bevat vrijwel geen koolhydraten. Carnivoor diëten variëren van het restrictieve ‘lion diet’, dat alleen rundvlees omvat, tot bredere diëten die alle dierlijke voedingsmiddelen toestaan, inclusief zuivel en eieren. Sommige versies van het carnivoor dieet bevatten specerijen, koffie en alcohol – afkomstig van planten.  

Carnivoor dieet ontbijt

2.2 Westers voedingspatroon

Ter vergelijking: het westers dieet is rijk aan koolhydraten (circa 40 tot 50 procent van onze calorie-inname) en bevat veel industrieel geproduceerde ultrabewerkte producten. Denk daarbij aan frisdrank, chips, koekjes, zaadoliën, snoep, kant-en-klaarmaaltijden en energiedrankjes. In 2022 kwam 61 procent van de calorie-inname van de gemiddelde Nederlander uit ultrabewerkt voedsel. 70 procent van het supermarktvoedsel is ultrabewerkt. 

Westers voedingspatroon

Zoals je ziet is het carnivoor dieet radicaal anders dan wat we normaal eten. Waarom kiezen mensen voor het dieet? 

3. Waarom kiezen mensen voor een carnivoor dieet?

Er zijn verschillende redenen waarom mensen kiezen voor een carnivoor dieet, maar de belangrijkste lijken de ervaren gezondheidsvoordelen te zijn. Een studie door Harvard in 2021 onder 2.029 mensen op een carnivoor dieet concludeerde: “In tegenstelling tot de gangbare verwachtingen ondervonden volwassenen die een carnivoor dieet volgen weinig negatieve effecten en melden in plaats daarvan gezondheidsvoordelen en een hoge tevredenheid.” (Lennerz, 2021

Een aantal specifieke bevindingen uit deze studie: 

  • Gezondheidsvoordelen: Veel deelnemers (95%) op dit dieet melden dat ze zich gezonder voelen. Mensen die lijden aan prikkelbare darm-syndroom (97%), hoge bloeddruk (93%) en autoimmuunziektes (89%) ervaren bijvoorbeeld een vermindering van symptomen. 
  • Diabetes type 2 en insulineresistentie: Een dieet dat laag is in koolhydraten zoals het carnivoor dieet kan helpen bij het stabiliseren van de bloedsuikerspiegel, wat vooral gunstig is voor mensen met diabetes type 2. De deelnemers rapporteren vermindering van medicijngebruik (84% tot 100%).
  • Gewichtsverlies: Veel deelnemers aan het onderzoek (93%) ervaren gewichtsverlies bij het volgen van een carnivoor dieet, mogelijk door een verminderde calorie-inname en veranderingen in de stofwisseling.
  • Mentale aandoeningen: Veel deelnemers ervaren een vermindering van depressieve gevoelens en verbeterde mentale helderheid (85%), tevredenheid en focus (83%). 

De onderstaande tabel laat een aantal bevindingen uit het Amerikaanse onderzoek zien:  

Aandoening

Verbeterd of opgelost (%)

Onveranderd of slechter (%)

Algehele gezondheid 

95%

5%

Overgewicht en obesitas

93%

7%

Hoge bloeddruk 

93%

7%

Diabetes 2 en insuline resistentie 

99%

1%

Prikkelbare darm

97%

3%

Energie 

95%

5%

Diabetes injecties 

100%

0%

Insuline medicijnen 

90%

10%

Tabel 1: Overzicht van het effect van het carnivoor dieet op gezondheid, gerapporteerd door de deelnemers.

De cijfers over het carnivoor dieet lijken fantastisch. Maar de beperking van dit onderzoek is dat het zelfgerapporteerde resultaten zijn door mensen die het carnivoor dieet volgen. Een beetje als in deze reclame: “Wij van WC-eend bevelen WC-eend aan”. Daarom is het belangrijk om dieper in te gaan op wat onafhankelijk onderzoek zegt over het carnivoor dieet. Daarbij gaan we eerst terug in de tijd.  

4. Op wat voor voedsel zijn wij als mensen geëvolueerd?

De moderne mens is heel anders gaan eten dan het voedsel waarop onze soort de afgelopen miljoenen jaren is geëvolueerd. Deze verandering in dieet begon met de agrarische revolutie 12.000 jaar geleden, en is versneld door de introductie van industrieel geproduceerd voedsel 100 jaar geleden. Onze genen hebben echter onvoldoende tijd gehad om zich aan deze moderne voeding aan te passen. Dat leidt tot een explosie aan welvaartsziektes zoals diabetes, hart- en vaatziektes, depressie, alzheimer en kanker. 

4.1 Op welk voedsel zijn wij geëvolueerd? En wat eten we nu?

De mens is in de afgelopen miljoenen jaren geëvolueerd als jager-verzamelaar. Onze voeding bestond voornamelijk uit dierlijk voedsel uit de jacht (65%), aangevuld met het verzamelen van plantaardig voedsel (35%) (Cordain, 2000).  

Dit zijn de verschillende fases van dit voorouderlijk dieet: 

  • Tertiair (66 tot 2,5 miljoen jaar geleden). Onze aapachtige voorouders leefden in bossen en waren vooral planteneters, net als de huidige mensapen.  
  • Plioceen (5 tot 2,5 miljoen jaar geleden). De eerste mensachtigen gingen de savanne op, aten planten en toonden mensachtige kenmerken: grotere hersenen, tweebenig, aanpassingen aan handen.  
  • Pleistoceen (2,5 miljoen tot 11.700 jaar geleden). Tijdens de ijstijden in het pleistoceen ontwikkelden de latere mensachtigen en Homo sapiens zich tot jagers-verzamelaars die voornamelijk dierlijk voedsel aten. 

Zeer recent in deze evolutionaire tijdschaal vonden echter twee veranderingen plaats in ons voedingspatroon: 

  • Agrarische revolutie. Circa 12.000 jaar geleden vond de agrarische revolutie plaats. Mensen begonnen met landbouw en het houden van dieren. Ons voedingspatroon veranderde, we gingen tarwe, rijst en maïs eten en melk drinken.  
  • Industrialisatie. In de laatste 100 jaar vond een volgende revolutie plaats, we begonnen op industriële wijze voedsel te produceren. Dit ‘ultrabewerkte’ voedsel bevat ingrediënten die we niet kennen uit onze keuken thuis (zoals emulgatoren, kleurstoffen en kunstmatige toevoegingen) en gebruikt industriële processen (zoals harden, extrusie en homogenisatie). Daarnaast is het vaak rijk aan geraffineerde suikers, witmeel en industriële zaadoliën (bijvoorbeeld zonnebloemolie). Zo veranderde ons voedingspatroon enorm. 

4.2 Hebben wij ons genetisch aangepast op modern voedsel?

Nauwelijks. De agrarische revolutie en daarna de industriële revolutie gaan veel sneller dan de benodigde tijd voor onze genen om zich aan te passen. Bij volkeren die al vroeg (12.000 jaar geleden) met landbouw startten is een beperkt aantal fysieke aanpassingen te zien, zoals een tolerantie voor melk en granen.  

Het overgrote deel van onze fysieke kenmerken is echter nog steeds dat van de jager-verzamelaars uit de oertijd. Dat zijn kenmerken zoals een hoge zuurgraad van de maag en lange dunne darmen en korte dikke darmen. Deze menselijke kenmerken zijn vergelijkbaar met omnivoren en wijken sterk af van die van plantenetende mensapen, zoals chimpansees (Ben Dor, 2021).  

Als we ons in 12.000 jaar fysiek maar beperkt aan de landbouw hebben kunnen aanpassen dan mag duidelijk zijn dat de mens zich genetisch totaal niet heeft kunnen aanpassen aan het ultrabewerkte voedsel van de afgelopen 100 jaar.  

Verschillende soorten onderzoek en wat die zeggen

Voor onderzoek naar het effect van voeding worden vaak twee soorten studies gebruikt: epidemiologische studies en randomised controlled trials (RCTs). Voor het gebruik van de uitkomsten van deze studies is het belangrijk te weten wat elk van deze type onderzoeken wel en niet kan aantonen: 

  • Epidemiologische studie – kan verbanden aantonen, maar geen oorzaken. Bij dit type studie vullen grote groepen mensen vragenlijsten in over wat ze eten. De onderzoekers kunnen daardoor verbanden leggen tussen voeding en ziektes. Zien we bijvoorbeeld dat mensen die veel vet eten vaker hart- en vaatziektes hebben? Zo ja dan is er een verband. Maar dit type studie kan niet bewijzen dat het een (hart- en vaatziektes) het gevolg is van het ander (veel vet eten).
     
    Waarom niet? 
     
    Laten we dat illustreren aan de hand van een voorbeeld: er is een verband tussen het eten van zoute snacks en alcoholisme. Mag je dan concluderen dat het eten van snacks de kans op alcoholisme vergroot? Nee. Dan zou je van geheelonthouders alcoholisten kunnen maken door ze zoute snacks te voeren. Wat is er aan de hand? Alcoholisten komen in cafés en in cafés worden zoute snacks uitgedeeld. Daarom is er een verband tussen snacks en alcoholisme. Maar dat verband is geen oorzakelijk verband, van snacks eten word je geen alcoholist.  

Figuur 1: epidemiologische studies suggereren oorzakelijke verbanden die er niet zijn (illustratie door Suzi Smith) 

Pas als uit zo’n epidemiologisch onderzoek komt dat het risico op een aandoening 100 procent hoger ligt dan normaal, mogen onderzoekers een oorzakelijk verband vermoeden. Om een voorbeeld te geven: rokers lopen 1.400 procent meer kans op longkanker. Bij zo’n enorm risicoverhoging is het verantwoord om te spreken van een oorzakelijk verband.  

Als een onderzoek een kleine stijging van het risico (met 10 of 20 procent) laat zien, dan mag je niet concluderen dat dat een oorzakelijk verband is. Hoe vind je de onderliggende oorzaak dan wel?  

  • Randomised controlled trials (RCTs) kunnen oorzaken aantonen. RCTs, ook wel klinische studies genoemd, zijn ontworpen om de effectiviteit van een behandeling te testen. De behandeling ‘statines gebruiken om het risico op een hartinfarct te verminderen’, is daarvan een voorbeeld. De deelnemers worden willekeurig toegewezen aan een behandelgroep of controlegroep. De behandelgroep ontvangt de behandeling, terwijl de controlegroep een placebo (nepmedicijn) krijgt. Als de behandelgroep het dan beter doet, dan weet je dat de behandeling daarvoor heeft gezorgd. De behandeling is de oorzaak van het effect.  

Kortom epidemiologische studies kunnen een verband laten zien maar geen oorzaken aantonen, tenzij het risico meer dan 100 procent is verhoogd. Daarom zijn RCT’s de ‘gouden standaard’ om te bepalen of een behandeling effectief is. 

4.3 Wat is het effect van het moderne voedingspatroon op onze gezondheid?

We hebben als mensheid enorm geprofiteerd van de twee revoluties (agrarisch en industrieel). De bevolking groeide hard, we kregen tijd en ruimte om ons cultureel, technologisch en wetenschappelijk te ontwikkelen. Maar hoe zit het met onze gezondheid?  

  • Menselijke bouw. Omdat we ons genetisch maar beperkt konden aanpassen, had de drastische verandering in dieet in de afgelopen 12.000 jaar een sterk effect op onze gezondheid. Een aantal voorbeelden: mensen werden 10 tot 15 centimeter korter, onze kaken werden kleiner en tandbederf zette in (Larsen, 2006). 
  • Infectieziektes. Van de voortgang in de medische wetenschap in de afgelopen 100 jaar hebben we echter veel voordeel ondervonden. De sterfte aan infectieziektes daalde spectaculair.  
  • Metabole ziektes. Daarentegen zien we de laatste 50 jaar een enorme toename in de metabole ongezondheid, gekenmerkt door overgewicht, vetophoping rond de buikstreek en een hoge bloeddruk. Metabole ongezondheid leidt tot een sterke stijging in diabetes type 2, hart- en vaatziektes, alzheimer, depressie en kanker. Hierover meer in hoofdstuk 7. 

Kortom we zijn geëvolueerd op een dieet dat voornamelijk uit dierlijk voedsel bestond. De snelle wijzigingen in ons dieet de laatste periode van onze evolutie (12.000 jaar) leiden tot grote gezondheidsproblemen.  

  • Lees meer over het paleodieet: link 

Een carnivoor dieet lijkt in ieder geval meer op het voedingspatroon uit de oertijd dan wat wij nu eten. Maar hoe zit het met de essentiële nutriënten? Krijg je die wel binnen op zo’n carnivoor dieet? Daar gaat het volgende hoofdstuk over. 

5. Bevat een carnivoor dieet alle essentiële nutriënten?

Het lijkt mogelijk om alle benodigde nutriënten (zoals aminozuren, vetzuren, vitamines en mineralen) in voldoende mate binnen te krijgen uit voedsel van dierlijke oorsprong. We kijken eerst naar het onderzoek dat dit aantoont en gaan daarna in op één voedingsstof: vezels. 

5.1 Overzicht essentiële nutriënten

Onderzoeker Amber O’Hearn publiceerde een artikel over de mate waarin het carnivoor dieet kan voorzien in alle essentiële nutriënten (O’Hearn, 2020). Zij constateert dat bijna alle nutriënten in dierlijk voedsel in grotere mate beschikbaar zijn dan in plantaardig voedsel (zie voorbeelden in tabel 2). Dat is niet vreemd, want dieren bestaan uit dezelfde stoffen als waaruit wij als mensen zijn opgebouwd.  

Tabel 2: veel voorkomende dierlijke en plantaardige bronnen van nutriënten (O’Hearn, 2020) 

Opvallend aan deze tabel is hoe vaak lever voorkomt als rijke dierlijke bron van nutriënten. Het is daarom belangrijk op een carnivoor dieet om af en toe lever te eten (maar niet dagelijks, dan loop je het risico op een vitamine A-vergiftiging). 

Twee nutriënten, calcium en vitamine C, komen minder voor in voedsel van dierlijke oorsprong:  

  • Vitamine C. O’Hearn laat zien dat vitamine C weliswaar in beperkte mate voorkomt in vlees, maar dat die hoeveelheid voldoende is om scheurbuik te voorkomen. Mits vers vlees wordt gegeten.  
  • Calcium. Op een carnivoor dieet waarbij zuivel wordt geconsumeerd en kleine zeedieren zoals garnalen en sardines worden gegeten is de calciuminname voldoende. Maar op een carnivoor dieet met enkel vlees is het twijfelachtig of je voldoende calcium binnenkrijgt. 

5.2 Wat zegt onderzoek over vezels

Een vaak gehoord argument over de gevaren van het carnivoor dieet is dat het geen vezels bevat. Vezels zijn onverteerbare koolhydraten. Zijn vezels essentieel?   

Amerikaanse autoriteiten: vezels geen essentieel nutriënt 

Het Panel on Macronutrients van het Amerikaanse ‘Institute of Medicine’ publiceerde in 2005 haar bevindingen: “De ondergrens van de hoeveelheid koolhydraten in de voeding die compatibel is met leven, is nul, op voorwaarde dat voldoende hoeveelheden eiwit en vet worden geconsumeerd” (Institute of Medicin, 2005). Dezelfde conclusie trekt de Amerikaanse overheid in haar voedingsrichtlijnen 2015-2020: “Andere voedingsbestanddelen, zoals voedingsvezels, hoewel niet essentieel, worden ook als voedingsstoffen beschouwd”

(Dietary guidelines 2015-2020).  

Figuur 2: Citatie uit de Amerikaanse voedingsrichtlijnen 2015-2020 

Wat zegt onderzoek over het belang van vezels

Er is veel epidemiologisch onderzoek dat het verband laat zien tussen vezelarme diëten (zoals ultrabewerkt voedsel) en een verhoogd risico op een reeks veelvoorkomende niet-overdraagbare ziekten, waaronder hart- en vaatziektes, diabetes type 2 en verschillende soorten kanker (O’Keefe, 2019, Mathers, 2023).

Maar ‘samenhangen met ziektes’ is niet hetzelfde als ‘veroorzaken van ziektes’. Wat zegt klinisch onderzoek oftewel de randomised controlled trials (RCTs) waar je wel oorzaak- en gevolgconclusies uit kan halen?

Er is één RCT die het effect van vezels op de ultieme maat van effectiviteit – sterfterisico – onderzocht. De uitkomst was een licht verhoogde kans op sterfte door het consumeren van meer vezels, alhoewel de uitkomst niet statistisch significant was (Burr, 1989).

Daarnaast zijn er RCT-studies die het effect van vezels op bepaalde aandoeningen onderzochten. Bijvoorbeeld:   

  • “Er is onvoldoende bewijs voor een effect van volkoren diëten op cardiovasculaire uitkomsten of op belangrijke risicofactoren voor hart- en vaatziektes zoals bloedlipiden en bloeddruk” (Kelly, 2017). 
  • “De bewijslast van enkel prospectieve cohortstudies wordt als te zwak beschouwd om een definitieve conclusie te kunnen trekken over het preventieve effect van volkoren voedingsmiddelen op de ontwikkeling van diabetes type 2” (Priebe, 2008). 

Zoals onderzoeker Mathers in zijn overzichtstudie (Dietary fibre and health: the story so far, Mathers, 2023) concludeert: In de meeste gevallen is het onduidelijk of een hogere inname van voedingsvezels op zichzelf het ziekterisico verlaagt, of dat voedingspatronen die gekenmerkt worden door een lage vezelinname het risico juist vergroten. Verdere studies, met name goed ontworpen interventiestudies met harde klinische eindpunten, zijn nodig om causaliteit vast te stellen.

We weten dat (vezelarm) ultrabewerkt voedsel 61 procent van onze calorie-inname vormt. Vervangen van ultrabewerkt voedsel door volwaardige (vezelrijke) voeding is gezonder. Maar dat iets gezonder is dan ultrabewerkt voedsel, bewijst niet dat een carnivoor dieet (laag aan vezels) ongezond is.

Er is één onderzoek gedaan naar het carnivoor dieet en het microbioom, om te kijken of het achterwege laten van vezels een negatief effect had. Het gaat hierbij om een ‘case report’ waarbij het microbioom van één persoon (die carnivoor eet) werd vergeleken met dat van 150 mensen die omnivoor eten. De conclusie: het microbioom van de carnivoor was even divers en functioneel als dat van de andere 150 personen (Karacic, 2024).

We weten nu dat vlees, vis, zuivel en eieren samen alle nutriënten kunnen leveren die een mens nodig heeft. Toch wordt beweerd dat vlees eten ongezond is. Waar is dit onderzoek op gebaseerd?  

6. Hoe zit het met de gevaren van vlees eten?

Er worden vaak gezegd dat het eten van vlees ongezond is. Vlees eten zou diabetes, kanker en hart- en vaatziektes veroorzaken. En je krijgt er jicht van. We gaan in dit hoofdstuk deze beweringen een voor een bekijken. 

6.1 Veroorzaakt vlees kanker?

In 2015 bracht de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) een alarmerend rapport uit met de titel Carcinogeniteit van de consumptie van rood en verwerkt vlees, waarin gewaarschuwd werd dat verwerkt vlees darmkanker bij mensen veroorzaakt, en dat rood vlees ‘waarschijnlijk’ darmkanker bij mensen veroorzaakt (WHO, 2015).  

Een analyse van dit WHO-rapport laat zien dat de wetenschappelijke basis zwak is. Zie dit rapport van onderzoekster Georgia Ede (Ede, 2023): 

  • Zwak bewijs uit epidemiologische studies. De WHO maakt bijna uitsluitend gebruik van epidemiologische studies als bewijs. Dat is op zich al zwak, want we weten dat dit type onderzoek geen oorzaken kan aantonen. Maar wat blijkt bovendien: van de 29 studies die de WHO beschouwt als ‘informatief’ laten 14 een verband zien tussen vlees eten en darmkanker en 15 studies niet. Oftewel, zelfs dit zwakke bewijs is inconsistent.  
  • Zwak bewijs uit zeer kleine RCTs. Volgens onderzoekster Georgia Ede baseerde de WHO zich op slechts 3 RCTs met mensen. Het eerste RCT had 17 proefpersonenen, het tweede 23 en het derde 25. In totaal 65 mensen.  

Dat (‘maar 65 mensen’) vond ik moeilijk te geloven. Heb daarom de originele publicatie van de WHO gelezen en daarna de drie RCTs waar de WHO naar refereert. Met als conclusie: wat Georgia Ede zegt klopt.  
 
Als voorbeeld: de tweede RCT uit het lijstje hierboven was een onderzoek van Le Leu, 2015 (referentie 19 uit het WHO-rapport, voor de nieuwsgierigen). Deze studie ging over 23 mensen die 4 weken vlees aten. 

Figuur 3: knipsel uit het abstract van studie Le Leu, 2015

Dit is nogal opvallend. Hoe kan de WHO op basis van drie RCTs met in totaal 65 mensen aanbevelingen doen om de voeding van 8 miljard wereldbewoners fundamenteel te veranderen? 

Bovendien bleek dat de uitkomst van de drie studies twijfelachtig is. Zoals Georgia Ede enigszins cynisch concludeert over de eerste RCT uit het lijstje: “Als je vier dagen achter elkaar 6,3 ons slecht verpakte ham eet, zullen je urine en ontlasting hogere niveaus bevatten van twee stoffen die geen bewezen verband hebben met kanker.” 

Andere wetenschappers blijken het met de WHO oneens te zijn. In november 2013 kwamen 23 kankerexperts uit acht landen bijeen in Noorwegen om de wetenschap gerelateerd aan darmkanker en rood/verwerkt vlees te onderzoeken (Oostindjer, 2013). Zij concludeerden: 

“De interacties tussen vlees, de darm en gezondheidsuitkomsten zoals darmkanker zijn zeer complex en wijzen niet duidelijk in één richting. Epidemiologische en mechanistische gegevens over associaties tussen de inname van rood en verwerkt vlees en darmkanker zijn inconsistent en de onderliggende mechanismen zijn onduidelijk.” 

6.2 Veroorzaakt vlees eten diabetes type 2?

Diabetes type 2 wordt vooral veroorzaakt door vaak en veel ultrabewerkt voedsel met veel snel verteerbare koolhydraten te eten en te drinken.  

Hoe werkt dat?  

Stel dat we een kale boterham eten. Eén boterham bevat ongeveer 13 gram koolhydraten. Tijdens de spijsvertering worden deze koolhydraten omgezet in glucose, die vervolgens in de bloedbaan terechtkomt. Het lichaam heeft gemiddeld 4 tot 5 gram glucose in het bloed nodig om een gezonde bloedsuikerspiegel te behouden. De hoeveelheid glucose die het bloed overschrijdt, wordt door het lichaam opgeslagen. Dit proces wordt gereguleerd door het hormoon insuline, dat fungeert als een ‘sleutel’. Insuline bindt zich aan receptoren op de cellen en opent zo de celmembranen, zodat glucose kan worden opgenomen door spier- of levercellen, waar het wordt opgeslagen als glycogeen, of door vetcellen, waar het kan worden omgezet in vet.  

Als er te vaak, te veel en te snel verteerbare suikers worden aangevoerd, worden de cellen echter ongevoelig voor insuline. Dat heet insulineresistentie. Het lichaam gaat dan steeds meer insuline produceren om de overtollige suikers toch uit het bloed te kunnen halen. Uiteindelijk werkt dat systeem niet meer en lopen de glucoseniveaus in het bloed op. Dat noemen we dan diabetes type 2.   

Vlees is extreem laag in koolhydraten (minder dan 1%). Een studie uit 1997 liet zien dat rundvlees van 38 voedingsmiddelen een van kleinste insulinepieken veroorzaakte (Holt, 1997). Een veel kleinere piek dan door voedingsmiddelen met veel koolhydraten, zoals aardappelen, brood en fruit. Laat staan de insulinepiek die je krijgt van ultrabewerkt eten en drinken. Daarmee levert het eten van vlees maar een beperkte bijdrage aan insulineresistentie en diabetes type 2.  

Hoe kon dit misverstand dan ontstaan?  

Ook hier speelt vermoedelijk epidemiologisch onderzoek een grote rol. Uit dat onderzoek blijkt dan een verband is tussen vlees eten en diabetes. Hoe komt dat? Vaak wordt vlees gegeten samen met eten dat veel koolhydraten bevat. Bijvoorbeeld vlees overgoten met een suikerrijke barbecuesaus, verwerkt in een sandwich van witmeel en geconsumeerd samen met een suikerrijke milkshake. Een mooie cocktail om diabetes van te krijgen.  

6.3 Veroorzaakt vlees hart- en vaatziektes?

De bewering dat vlees hart- en vaatziektes veroorzaakt komt uit twee bronnen, waar je allebei vraagtekens bij kunt zetten: 

  • Epidemiologisch onderzoek. Zoals we in het kader hierboven zagen zijn epidemiologische onderzoeken niet goed in het aantonen van oorzaken. Hoe zit dat met vlees eten en hart- en vaatziektes? Een uitgebreide studie onder 30.000 mensen liet zien dat de groep die rood vlees at een 3 procent hogere kans had op hart- en vaatziekten (Zhong, 2020). Dat verband is zeer zwak: 3 procent is veel lager dan de ondergrens van 100 procent voor een vermoeden van een oorzakelijk verband.   
  • Verzadigd vet uit vlees. Vaak wordt aangevoerd dat vlees behalve onverzadigd vet ook verzadigd vet bevat. En dat dit verzadigd vet leidt tot hoog cholesterol en op termijn tot hartinfarcten. Deze theorie wordt sterk in twijfel getrokken. In 2020 publiceerde het wetenschappelijke tijdschrift American College of Cardiology een artikel (Astrup, 2020) met als conclusie dat “er geen robuust bewijs is dat de huidige bovengrens voor de consumptie van verzadigde vetten hart- en vaatziektes zal voorkomen.”  

6.4 Krijg je jicht van het eten van rood vlees?

Jicht wordt veroorzaakt door een ophoping van urinezuur in het lichaam, wat leidt tot de vorming van kristallen in de gewrichten. Dat urinezuur ontstaat bij de afbraak van purines, die in bepaalde voedingsmiddelen zitten. Welke voedingsmiddelen hebben het meeste effect op verhoogde purineniveaus? Deze voedingsmiddelen verhogen urinezuur het meest (Rongrong, 2018): 

Voedingsmiddel

Risicoverhoging hoog urinezuur

Alcohol

106%

Fructose

85%

Rood vlees

24%

Tabel 3: mate waarin consumptie van voedingsmiddelen purinezuur gevaarlijk verhoogt 

Oftewel, als je je risico op jicht wil verminderen, drink dan vooral geen alcohol en pas op met fructose. Fructose? Dat komt voor in tafelsuiker, fruit, vruchtensappen en ultrabewerkt voedsel (bijvoorbeeld frisdranken, koekjes en snoep). 

Kortom, verhalen dat het voedsel waar wij miljoenen jaren op zijn geëvolueerd zou leiden tot nare ziektes lijken vooral op (zwak) epidemiologisch onderzoek te zijn gebaseerd.  

Zou het dan kunnen zijn dat dit voedsel juist onze gezondheid goed doet? Daar gaat het volgende hoofdstuk over. 

7. Kan een carnivoor dieet onze gezondheid versterken?

We hebben al eerder laten zien dat mensen die carnivoor eten veel gezondheidsvoordelen ervaren (hoofdstuk 4). En dat dit dieet meer lijkt op het dieet waar wij als mens op zijn geëvolueerd dan het huidige ultrabewerkte voedsel (hoofdstuk 5) en alle nutriënten kan bieden die nodig zijn (hoofdstuk 6). Maar kan het ons helpen gezonder te worden? Veel chronische ziekten worden veroorzaakt door metabole disfunctie, kan het dieet daarbij helpen?  

Metabole gezondheid

In hoofdstuk 4 noemden we al kort metabole gezondheid. Wat bedoelen we daarmee? Bij metabole disfunctie is de stofwisseling ontregeld. Metabole disfunctie uit zich door een verhoogde bloeddruk, toegenomen bloedsuiker, gewichtstoename en veranderingen in triglyceriden- en HDL-cholesterolwaarden. Het metabool syndroom is de medisch gedefinieerde term die wordt gebruikt als deze drie van de vijf genoemde risicofactoren bij mensen worden aangetroffen. 

Metabole disfunctie heeft twee belangrijke oorzaken: insulineresistentie (en haar latere versie: diabetes type 2) en sluimerende ontstekingen. Insulineresistentie kwamen we al eerder tegen in hoofdstuk 6 toen we spraken over diabetes type 2. We lieten daarin zien dat ultrabewerkt voedsel hier een grote rol bij speelt. 

Metabole disfunctie heeft een grote impact op onze fysieke en mentale gezondheid. Een paar voorbeelden uit een veel langere lijst:  

  • Hart- en vaatziektes. Onderzoek laat zien dat leefstijlfactoren 90 procent van het risico op hartfalen uitmaken. Hoge bloeddruk, grote buikomvang en diabetes type 2 zijn hierbij belangrijke risicofactoren (Yusuf, 2004).  
  • Diabetes type 2. Mensen met het metabool syndroom hebben een drie tot vier keer hoger risico op diabetes type 2 (Wannamethee, 2005).
  • Kanker. Elke 10 procent stijging in het aandeel van ultrabewerkt voedsel in het dieet leidde tot een 10 procent groter risico op kanker (Fiolet, 2018).
  • Dementie. Elke 10 procent toename van ultrabewerkt voedsel in ons dieet leidt tot een 19 procent hoger risico op dementie (Huiping, 2022). 
  • MS. Mensen met obesitas hebben 2 keer hogere kans op multiple sclerose (MS) (Alfredsson, 2019). 
  • Depressie. Patiënten met diabetes hebben 2 tot 3 keer hogere kans op een depressie (Semenkovich, 2015). 

7.1 Metabole ongezondheid door combinatie ‘low-fat’-dieet en ultrabewerkt voedsel

In 2022 had 50 procent van alle Nederlanders overgewicht en 15 procent was zelfs obees (Vzinfo.nl). Het aantal mensen met obesitas is nu drie keer hoger dan in 1981. Er zijn meerdere ontwikkelingen die zorgen voor de toename van metabole disfunctie in de laatste 50 jaar. Twee belangrijke zijn: 

  • Ultrabewerkt voedsel. Zoals eerder beschreven zijn we de laatste decennia steeds meer ultrabewerkt voedsel gaan eten. Het eten van ultrabewerkt voedsel heeft veel negatieve effecten op onze gezondheid. Een Franse studie (Rico-Campa, 2019) waarbij 170.000 mensen 10 jaar lang zijn gevolgd liet sterke verbanden zien tussen de consumptie van ultrabewerkt voedsel en verhoogde risico’s op diabetes type 2, hart- en vaatziektes, kanker, depressie en maag- en darmstoornissen. Daarbij is sprake van een ‘dose response’ waarbij elke toename van de consumptie van ultrabewerkt voedsel samenhangt met een toegenomen kans op deze ziektes. 
  • ‘Eet minder vet’-advies. Het ‘eet minder vet’-advies van de afgelopen vijftig jaar heeft in de hand gewerkt dat Nederlanders meer snelle koolhydraten (fabrieksbrood, pasta, pizza, patat, frisdranken etc) zijn gaan eten en minder volwaardig, natuurlijk voedsel met eiwitten en vet. Daarnaast vervingen mensen verzadigd vet door onverzadigd vet, vaak in de vorm van industrieel geproduceerde zaadoliën zoals zonnebloemolie. Deze zaadoliën bevatten veel omega 6-vetzuren. Een verhoogd niveau van omega 6 veroorzaakt chronische ontsteking in het lichaam, wat de kans op een reeks van chronische ziektes verhoogt (zoals bijvoorbeeld voor MS, zie dit Nederlands onderzoek: Broos, 2024).   

Wat doet het carnivoor dieet aan deze metabole disfunctie? Voordat we dat bespreken eerst even een zijstapje naar het koolhydraatbeperkte dieet.  

Een koolhydraatbeperkt dieet

Het koolhydraatbeperkt dieet is een dieet met veel vet en eiwitten en maar weinig koolhydraten. Het hoofdoel van het dieet is om insulinepieken te beperken.  

Typische voedingsmiddelen in een koolhydraatbeperkt dieet zijn onder meer vlees, vis, boter, eieren, kaas, room, noten, zaden, oliën en koolhydraatarme groenten. Bij dit dieet wordt de inname van voedingsmiddelen rijk aan koolhydraten zoals brood, aardappelen, rijst, pasta en allerlei vormen van ultrabewerkt voedsel verminderd, of ze worden zelfs helemaal vermeden. 

Een verdergaande versie van koolhydraatbeperking is het ketogeen dieet. Het ketogeen dieet beoogt het lichaam in een staat van ketose te brengen. Ketose is een metabole staat waarin het lichaam naast glucose ook vet als energiebron gebruikt. Het dieet is een eeuw geleden ontwikkeld voor de behandeling van epilepsie bij kinderen. Het wordt tegenwoordig ook gebruikt voor verschillende andere doeleinden zoals gewichtsverlies en de behandeling van bepaalde medische aandoeningen zoals diabetes type 2 (en kan deze ziekte zelfs omkeren als je er op tijd bij bent). 

7.2 Bewijs voor de effectiviteit van het carnivoor dieet

Welk bewijs is er voor de effectiviteit van het carnivoor dieet om de metabole gezondheid te verbeteren? Dat bewijs komt voornamelijk uit onderzoek naar het koolhydraatbeperkt dieet, want er bestaan nog geen RCTs voor het carnivoor dieet: 

  • Historische studies. Er zijn historische verslagen over het carnivoor dieet bij Arctische en nomadische samenlevingen, klinische casestudies en verslagen over carnivore voedingstherapie voor diabetes in het pre-insuline tijdperk rond 1920. Het betreft echter geen degelijk onderzoek, waardoor de uitkomsten niet bruikbaar zijn. 
  • Harvard studie 2021. De eerder genoemde Harvard studie uit 2021 was de eerste moderne studie naar een grote groep mensen die carnivoor eten. Met als conclusie In tegenstelling tot de algemene verwachtingen, ondervonden volwassenen die een carnivoor dieet volgden weinig negatieve effecten en meldden ze in plaats daarvan gezondheidsvoordelen en een hoge tevredenheid” (Lennerz, 2021). Zoals eerder besproken is dit interessant, maar geen bewijs. 
  • Studies naar effect van koolhydraatbeperking. Het carnivoor dieet is van nature extreem laag in koolhydraten en relatief hoog in vet en eitwit, waardoor het carnivoor dieet een variant van een koolhydraatbeperkt dieet is. Dit type dieet is al 100 jaar onderwerp van onderzoek en het effect ervan is bewezen.  

7.3 Wat zeggen de studies naar het effect van koolhydraatbeperking?

Hier een lijst van effecten voor verschillende aandoeningen. 

  • Diabetes type 2. Er zijn veel klinische studies (Dowes, 2021, p10-13) die het gunstige effect van koolhydraatbeperking op diabetes type 2 laten zien. Dit dieet boekt superieure resultaten vergeleken met caloriearme, laag-vet diëten. 
  • Hart- en vaatziektes. Klinische studies laten zien dat een dieet dat minder koolhydraten en meer vet bevat een gunstig effect heeft op vetwaardes in het bloed (lager LDL, hoger HDL, lagere triglycerides). Dit overzichtsartikel (Chatzi, 2024) laat zien dat een koolhydraatbeperkt dieet superieur is aan alternatieve diëten (zoals het mediterraans dieet) voor risicofactoren van hart- en vaatziektes.  
  • Epilepsie. Het ketogeen dieet is een breed geaccepteerde en reguliere aanpak geworden in de behandeling van kinderepilepsie, ondersteund door de oprichting van organisaties zoals de International Neurologic Ketogenic Society (Kossoff, 2018). 
  • Neurologische ziektes zoals alzheimer, MS en bipolariteit. Een ketogeen dieet leidt tot een vermindering van insulineresistentie, waardoor glucose beter gebruikt kan worden als energiebron. Daarnaast biedt het dieet de hersenen een alternatieve energiebron: ketonen. Dat effect verklaart waarom klinische studies laten zien dat een groot aantal mentale aandoeningen baat hebben bij een ketogeen dieet. Dat geldt bijvoorbeeld voor alzheimer (Philips, 2021), autisme (Manco, 2021), bipolariteit (Danan, 2022) en MS (Brenton, 2022).   
  • Inflammatoire ziektes zoals reumatoïde artritis, psoriasis en ziekte van Crohn. Onderzoek laat zien dat een ketogeen dieet twee belangrijke ontstekings-indicatoren, TNF-α en IL-6, effectiever kan verlagen dan andere diëten (Jiawei, 2024). Het verlagen van ontstekingsniveaus in het lichaam is belangrijk voor een reeks aandoeningen waarin ontstekingen een centrale rol spelen. 

7.4 Overwegingen om te kiezen voor een carnivoor dieet en niet een andere vorm van koolhydraatbeperking

Vergelijkbare diëten (ketogeen, koolhydraatbeperkt, paleo) lijken op het carnivoor dieet, reduceren koolhydraten en ultrabewerkt voedsel, maar gaan minder ver in het reduceren van plantaardig voedsel.  

Waarom zou iemand dan overwegen te kiezen voor het carnivoor dieet? Er zijn voors en tegens. 

Tegen een keuze voor het carnivoor dieet pleit: 

  • Volgt niet het oerdieet. Het lijkt minder dan het paleo-dieet op het voedsel waarop we als mens zijn geëvolueerd (met 35% plantaardig voedsel)  
  • Geen RCTs. Er zijn geen RCTs gedaan naar de effectiviteit van het carnivoor dieet. Al het bewijs is indirect (zie 7.2). 

Vóór een keuze voor het carnivoor dieet pleit: 

  • Eenvoudig te begrijpen. Het carnivoor dieet is simpel te begrijpen vanwege de duidelijke focus op dierlijke producten. Het dieet bestaat voornamelijk uit vlees, vis, en andere dierlijke producten, met een minimale of geen inname van plantaardig voedsel. Vergelijkbare diëten (ketogeen, koolhydratenbeperkt, paleo) hebben ingewikkelde lijsten van toegestaan en ‘verboden’ voedsel.    
  • Eliminatie van FODMAPs. Plantaardige voedingsmiddelen bevatten zogenaamde FODMAP’s (zoals gluten en lectines). Dat zijn koolhydraten die slecht worden opgenomen in de dunne darm en daarmee symptomen kunnen veroorzaken zoals PDS (prikkelbare darm syndroom). In een carnivoor dieet zitten geen FODMAPs.  

Dit zijn echter alleen overwegingen die over iemands eigen gezondheid gaan. Maar is een keuze alleen op basis van de eigen gezondheid niet egoïstisch? Hoe zit het eigenlijk met het lot van de dieren? 

8. Is vlees eten wel ethisch?

Als je het onethisch vindt dat dieren gedood worden voor menselijke voeding, dan is het belangrijk niet alleen naar de veeteelt te kijken, maar ook naar de landbouw. Want als je geen vlees eet (uit de veeteelt), dan eet je planten (uit de landbouw).  

Wat blijkt? Wanneer we de cijfers bekijken, zie je dat de landbouw tot ongeveer evenveel dode dieren leidt als veeteelt. Om dit te bewijzen nemen we de Verenigde Staten als voorbeeld: 

  • Landbouw – meer dan 7 miljard dode dieren per jaar. Bij landbouw worden dieren gedood: op landbouwgronden en daarbuiten. Op landbouwgrond worden veldmuizen verpletterd door tractoren, vogelnesten door oogstmachines vermalen en vissen vergiftigd door weglekkende kunstmest. Uit een berekening van onderzoekers blijkt dat in de Verenigde Staten jaarlijks mogelijk 7,3 miljard dieren gedood kunnen worden door activiteiten gerelateerd aan landbouw (Fischer, 2018). Dat aantal is nog exclusief het effect op insecten als gevolg van het gebruik van gifstoffen (insecticiden) in de intensieve landbouw. Een onderzoek uit 2017 toonde een afname van 76 procent in het aantal vliegende insecten over een periode van 27 jaar (Hallmann, 2017).  
  • Veeteelt – meer dan 9 miljard dode dieren per jaar. In de Verenigde Staten worden jaarlijks naar schatting 40 miljoen runderen, 120 miljoen varkens en 9 miljard kippen gedood.  

Nou is het niet aan mij om een oordeel uit te spreken over de waarde van het leven van een muis of vogel (die sneuvelen in de landbouw) met dat van een koe, varken of kip (die gedood om opgegeten te worden). Maar qua aantal gedode dieren ontloopt het gemiddelde veganistisch en carnivoor dieet elkaar niet enorm (en dan negeren we nog de dramatische impact van de landbouw op de insectenwereld).  

Figuur 4 Oogsten van graan 

Dit neemt niet weg dat je elk dier een goed leven gunt. Dat pleit niet voor de intensieve veehouderij, met dieren opgehokt in stallen en vetgemest op een onnatuurlijk dieet van maïs en graan. Veel tijd buiten doorbrengen en gras eten zal beter zijn voor het welzijn van runderen. Bovendien is grasgevoerd vlees gezonder dan vlees van koeien die vetgemest worden met maïs en graan.  

Tot zover de ethiek van het eten van vlees. Maar hoe zit het dan met het milieu, is dat misschien een reden om minder vlees te eten? 

9. Is vlees eten slecht voor het klimaat?

Veeteelt is verantwoordelijk voor veel broeikasgassen (CO2, N2O en methaan) en versnelt daardoor de opwarming van de aarde. Dat is wat wij regelmatig in de krant lezen. Dat klopt. Maar toch moeten we eten, dat is onontkoombaar. Dat wil zeggen planten, dieren of allebei eten.

In een onderzoek (Bruno, 2019) werd de CO2-uitstoot voor een aantal diëten geschat, we nemen de drie extremen, volledig dierlijk, vegetarisch en volledig plantaardig:

  • Carnivoor dieet: 1,83 ton CO2-equivalent per persoon per jaar
  • Vegetarisch dieet: 1,37 ton CO2-equivalent per persoon per jaar
  • Veganistisch dieet: 0,89 ton CO2-equivalent per persoon per jaar

Oftewel, een vegetarisch dieet leidt tot 25 procent minder CO2-uitstoot dan een carnivoor dieet en een vegan dieet tot een halvering van de CO2-uitstoot. Kortom als iedereen carnivoor zou gaan eten (niet erg waarschijnlijk) dan versnelt dat de opwarming van de aarde.

Maar kan de uitstoot uit veeteelt niet omlaag?

Figuur 5. Regeneratieproces na intensieve veehouderij (uit Rowntree, 2020) 

Studies laten zien dat de uitstoot door veeteelt sterk omlaag kan (66 procent broeikasgasvermindering) door in de wereld te kiezen voor een andere vorm van begrazing. De huidige vorm van intensieve veehouderij kent veel vee per vierkante meter en continue begrazing. Dit leidt tot bodemverdichting, vegetatieverlies en erosie, wat resulteert in verminderde bodemvruchtbaarheid, biodiversiteit en minder vastleggen van CO2.  

Twee studies (Rowntree, 2020 en Stanley, 2018) laten zien dat een natuurlijke manier van begrazing leidt tot opname van CO2 in de bodem en een rijker ecosysteem. Die natuurlijk manier van grazen bestaat eruit dat meerdere diersoorten door elkaar heen op hetzelfde terrein grazen en dat het grasland tussendoor rust krijgt. Net zoals in de oertijd de kuddes verder trokken en het gras met rust lieten.  

Veeteelt draagt dus bij aan de broeikasgassen, net als de landbouw. Maar met een meer natuurlijke vorm van veeteelt kunnen we die uitstoot flink terugdringen. Met voordelen voor de planeet, mens, dier en ons ecosysteem.   

10. Conclusie

Het carnivoor dieet vormt een radicale breuk met het hedendaagse westerse dieet dat rijk is aan snelle koolhydraten en ultrabewerkt voedsel. Dit westerse dieet heeft voor een explosie in metabole ongezondheid geleid, met hart- en vaatziektes, kanker, diabetes type 2, alzheimer en nog veel meer aandoeningen tot gevolg.  

Hoewel het carnivoor dieet als radicaal aanvoelt is dat het niet. De mens is miljoenen jaren geëvolueerd op een dieet van voornamelijk dierlijk voedsel (65 procent van onze calorie-inname). Dit dierlijke voedsel kan alle nutriënten bieden die nodig zijn. Zeker als vis, zuivel en eieren en af en toe lever wordt gegeten.  

Toch bestaat er veel weerstand tegen vlees eten. Beweringen dat vlees eten voor kanker, hart- en vaatziektes en diabetes zorgt lijken echter op zwak bewijs te zijn gebaseerd. In tegenstelling tot deze angstverhalen heeft het carnivoor dieet, doordat het koolhydraatbeperkt is, mogelijk zelfs gezondheidsvoordelen. Of het carnivoor dieet daarbij ‘beter’ is dan andere vormen van koolhydraatbeperking (paleo, ketogeen, koolhydraatbeperkt) is de vraag, daarvoor ontbreekt hard bewijs.  

Verder wordt door tegenstanders van vlees eten aangevoerd dat het doden van dieren niet ethisch is. Als je de feiten erbij pakt dan blijkt dat landbouw leidt tot bijna evenveel gedode dieren als het eten van vlees.

Wat tegen een carnivoor dieet pleit is dat het tot 25 procent meer CO2-uitstoot leidt dan puur plantaardig eten. Echter, door over te schakelen op een natuurlijke vorm van begrazing kan deze CO2-uitstoot met tweederde worden gereduceerd. Dit is niet alleen beter voor het milieu, maar ook voor dierenwelzijn en onze gezondheid. 

Is er hiermee voldoende bewijs om met het carnivoor dieet te starten? Mijn vrouw ervaart enorm veel voordeel van het carnivoor dieet. Voor mensen als zij – die hun gezondheid fundamenteel willen versterken en chronische ziekten beheersen of zelfs omdraaien – vormt het carnivoor dieet een alternatief. Het biedt de voordelen van een koolhydraatbeperkt dieet, is eenvoudig te begrijpen en beperkt toxische stoffen. 

Veel gestelde vragen (F.A.Q.)

Waarom kiezen mensen voor een carnivoor dieet?

Volgens een Harvard-studie uit 2021 onder 2.029 mensen die een carnivoor dieet volgen, ervaart 95% verbeteringen in hun algehele gezondheid. Specifieke gezondheidsvoordelen omvatten verbetering bij prikkelbare darm syndroom (97%), hoge bloeddruk (93%), en auto-immuunziekten (89%). Mensen melden ook gewichtsverlies (93%), verbeterde mentale helderheid (85%), stabilisatie van de bloedsuikerspiegel bij diabetes, en verminderd medicijngebruik (84-100% voor diabetes-medicatie).

Veroorzaakt vlees eten kanker?

De claim dat vlees kanker veroorzaakt is gebaseerd op zwak wetenschappelijk bewijs. Het WHO-rapport uit 2015 steunt grotendeels op epidemiologische studies die geen oorzakelijk verband kunnen aantonen. Van de 29 studies die de WHO als ‘informatief’ beschouwt, toonden slechts 14 een verband tussen vlees en darmkanker, terwijl 15 studies geen verband lieten zien. De klinische studies waar de WHO naar verwijst waren zeer klein, met in totaal slechts 65 deelnemers over drie studies.

Veroorzaakt vlees eten diabetes type 2?

Nee, vlees zelf veroorzaakt geen diabetes type 2. Diabetes type 2 wordt primair veroorzaakt door frequent consumeren van ultrabewerkt voedsel rijk aan snel verteerbare koolhydraten, wat leidt tot insulineresistentie. Vlees bevat vrijwel geen koolhydraten (minder dan 1%) en veroorzaakt een van de kleinste insulinepieken onder 38 geteste voedingsmiddelen. Het misverstand komt mogelijk door epidemiologische studies waarin vlees vaak samen met koolhydraatrijke voeding wordt geconsumeerd.

Veroorzaakt vlees hart- en vaatziektes?

Er is geen sterk bewijs dat vlees hart- en vaatziekten veroorzaakt. Epidemiologische studies tonen slechts een zwak verband (3% hoger risico), wat ver onder de 100% drempel ligt die nodig is om een oorzakelijk verband te vermoeden. De theorie dat verzadigd vet uit vlees hartproblemen veroorzaakt wordt ook in twijfel getrokken; het wetenschappelijke tijdschrift ‘American College of Cardiology’ concludeerde in 2020 dat ‘er geen robuust bewijs is dat de huidige bovengrens voor verzadigd vet hart- en vaatziekten zal voorkomen.’

Krijg je jicht van het eten van rood vlees?

Hoewel rood vlees het risico op jicht kan verhogen, heeft het een relatief beperkte impact vergeleken met andere factoren. Onderzoek toont aan dat alcohol het risico op hoog urinezuur (wat jicht veroorzaakt) met 106% verhoogt en fructose met 85%, terwijl rood vlees het risico slechts met 24% verhoogt. Voor mensen die jicht willen vermijden is het dus belangrijker om alcohol en fructose (aanwezig in tafelsuiker, fruit, vruchtensappen en ultrabewerkt voedsel) te beperken dan rood vlees.

Bevat een carnivoor dieet alle essentiële nutriënten?

Ja, een carnivoor dieet kan alle essentiële nutriënten leveren. Onderzoek laat zien dat de meeste nutriënten in grotere mate beschikbaar zijn in dierlijk voedsel dan in plantaardig voedsel. Voor optimale voeding wordt aangeraden om naast vlees ook vis, zuivel, eieren en af en toe lever te eten. Twee nutriënten die beperkt voorkomen in dierlijke producten zijn vitamine C en calcium, maar vers vlees bevat voldoende vitamine C om scheurbuik te voorkomen, en zuivel en kleine zeedieren voorzien in calcium.

Wat is de impact van vlees eten op het milieu en klimaat?

De impact is genuanceerder dan vaak wordt voorgesteld. Een volledig carnivoor dieet tot meer broeikasgassen (1.8 ton per persoon per jaar) dan een veganistisch dieet (1.4 ton). Dit komt vooral door de intensieve vorm van veehouderij. Studies tonen aan dat natuurlijkere veeteelt met roterende begrazing de uitstoot van vlees met 66% kan verminderen en CO2 kan vastleggen in de bodem. 

Is vlees eten wel ethisch?

Qua dierenleed veroorzaakt landbouw bijna evenveel dierlijke slachtoffers (7,3 miljard per jaar in de VS) als veeteelt (9 miljard), wanneer rekening wordt gehouden met knaagdieren en vogels die sterven door landbouwactiviteiten. Dit is nog nog exclusief het effect op insecten als gevolg van het gebruik van gifstoffen (insecticiden) in de intensieve landbouw. Een onderzoek uit 2017 toonde een afname van 76 procent in het aantal vliegende insecten over een periode van 27 jaar

11. Meer weten

The complete carnivore diet, met een toelichting op de voordelen van het carnivoor dieet en praktische dieettips. Judy Cho (boek, 208pg)

12. Wetenschappelijke bronnen voor dit artikel

• Alfredsson, L., & Olsson, T. (2019). Lifestyle and environmental factors in multiple sclerosis. Cold Spring Harbor Perspectives in Medicine, 9(4), a028944. https://doi.org/10.1101/cshperspect.a028944
• Astrup, A., Magkos, F., Bier, D. M., Brenna, J. T., de Oliveira Otto, M. C., Hill, J. O., King, J. C., Mente, A., Ordovas, J. M., Volek, J. S., Yusuf, S., & Krauss, R. M. (2020). Saturated fats and health: A reassessment and proposal for food-based recommendations: JACC State-of-the-Art Review. Journal of the American College of Cardiology, 76(7), 844-857. https://doi.org/10.1016/j.jacc.2020.05.077
• Ben-Dor, M., Sirtoli, R., & Barkai, R. (2021). The evolution of the human trophic level during the Pleistocene. American Journal of Physical Anthropology, 175(Suppl 72), 27-56. https://doi.org/10.1002/ajpa.24247
• Brenton, J. N., Lehner-Gulotta, D., Woolbright, E., Banwell, B., Bergqvist, A. G. C., Chen, S., Coleman, R., Conaway, M., & Goldman, M. D. (2022). Phase II study of ketogenic diets in relapsing multiple sclerosis: Safety, tolerability and potential clinical benefits. Journal of Neurology, Neurosurgery & Psychiatry, 93(6), 637-644. https://doi.org/10.1136/jnnp-2022-329074
• Broos, J. Y., van der Burgt, R. T. M., Konings, J., Strijbis, E. M. M., Toorop, A. A., de Jonge, J. J., Geurts, J. J. G., Stinissen, P., Lamers, C., Huitinga, I., Nutma, E., & van Horssen, J. (2024). Arachidonic acid-derived lipid mediators in multiple sclerosis pathogenesis: Fueling or dampening disease progression? Journal of Neuroinflammation, 21(1), 9. https://doi.org/10.1186/s12974-023-02981-w
• Bruno, M., Thomsen, M., Pulselli, F. M., Patrizi, N., Marini, M., & Caro, D. (2019). The carbon footprint of Danish diets. Climatic Change, 156(4), 489-507. https://doi.org/10.1007/s10584-019-02508-4
Burr, M. L., Fehily, A. M., Gilbert, J. F., Rogers, S., Holliday, R. M., Sweetnam, P. M., Elwood, P. C., & Deadman, N. M. (1989). Effects of changes in fat, fish, and fibre intakes on death and myocardial reinfarction: Diet and reinfarction trial (DART). The Lancet, 334(8666), 757-761. https://doi.org/10.1016/S0140-6736(89)90828-3
• Chatzi, C. A., Basios, A., Markozannes, G., Ntzani, E. E., Tsilidis, K. K., Kazakos, K., Agouridis, A. P., Barkas, F., Pappa, M., Katsiki, N., & Rizos, E. C. (2024). Effect of different dietary patterns on cardiometabolic risk factors: An umbrella review of systematic reviews and meta-analyses. Nutrients, 16(22), 3873. https://doi.org/10.3390/nu16223873
• Cordain, L., Miller, J. B., Eaton, S. B., Mann, N., Holt, S. H., & Speth, J. D. (2000). Plant-animal subsistence ratios and macronutrient energy estimations in worldwide hunter-gatherer diets. American Journal of Clinical Nutrition, 71(3), 682-692. https://doi.org/10.1093/ajcn/71.3.682
• Danan, A., Westman, E. C., Saslow, L. R., & Ede, G. (2022). The ketogenic diet for refractory mental illness: A retrospective analysis of 31 inpatients. Frontiers in Psychiatry, 13, 951376. https://doi.org/10.3389/fpsyt.2022.951376
Dowis, K., & Banga, S. (2021). The potential health benefits of the ketogenic diet: A narrative review. Nutrients, 13(5), 1654. https://doi.org/10.3390/nu13051654
• Ede, G. (2023). WHO says meat causes cancer? Diagnosis Diet. https://www.diagnosisdiet.com/full-article/meat-and-cancer
Fiolet, T., Srour, B., Sellem, L., Kesse-Guyot, E., Allès, B., Méjean, C., Deschasaux, M., Fassier, P., Latino-Martel, P., Beslay, M., Hercberg, S., Lavalette, C., Monteiro, C. A., Julia, C., & Touvier, M. (2018). Consumption of ultra-processed foods and cancer risk: Results from NutriNet-Santé prospective cohort. BMJ, 360, k322. https://doi.org/10.1136/bmj.k322
• Fischer, B., & Lamey, A. (2018). Field deaths in plant agriculture. Journal of Agricultural and Environmental Ethics, 31(4), 409-428. https://doi.org/10.1007/s10806-018-9733-8
• Goldenberg, J. Z., Day, A., Brinkworth, G. D., Sato, J., Yamada, S., Jönsson, T., Beardsley, J., Johnson, J. A., Thabane, L., & Johnston, B. C. (2021). Efficacy and safety of low and very low carbohydrate diets for type 2 diabetes remission: Systematic review and meta-analysis of published and unpublished randomized trial data. BMJ, 372, m4743. https://doi.org/10.1136/bmj.m4743
• Hallmann, C. A., Sorg, M., Jongejans, E., Siepel, H., Hofland, N., Schwan, H., Stenmans, W., Müller, A., Sumser, H., Hörren, T., Goulson, D., & de Kroon, H. (2017). More than 75 percent decline over 27 years in total flying insect biomass in protected areas. PLoS ONE, 12(10), e0185809. https://doi.org/10.1371/journal.pone.0185809
• Holt, S. H., Brand Miller, J. C., & Petocz, P. (1997). An insulin index of foods: The insulin demand generated by 1000-kJ portions of common foods. American Journal of Clinical Nutrition, 66(5), 1264-1276. https://doi.org/10.1093/ajcn/66.5.1264
• Institute of Medicine. (2005). Dietary reference intakes for energy, carbohydrate, fiber, fat, fatty acids, cholesterol, protein, and amino acids. The National Academies Press. https://doi.org/10.17226/10490
• International Agency for Research on Cancer. (2015). IARC monographs evaluate consumption of red meat and processed meat [Press release]. World Health Organization. https://www.iarc.who.int/wp-content/uploads/2018/07/pr240_E.pdf
• Ji, J., Fotros, D., Sohouli, M. H., Velu, P., Fatahi, S., & Liu, Y. (2025). The effect of a ketogenic diet on inflammation-related markers: A systematic review and meta-analysis of randomized controlled trials. Nutrition Reviews, 83(1), 40-58. https://doi.org/10.1093/nutrit/nuae002
• Karačić, A., Dikarlo, D., Dorst, I., Renko, I., & Liberati Pršo, A. (2024). The gut microbiome without any plant food? A case study on the gut microbiome of a healthy carnivore. Microbiota and Host, 2, 1-10. https://doi.org/10.1530/MAH-24-0006
• Kelly, S. A. M., Hartley, L., Loveman, E., Colquitt, J. L., Jones, H. M., Al-Khudairy, L., Clar, C., Germanò, R., Lunn, H. R., Frost, G., & Rees, K. (2017). Whole grain cereals for the primary or secondary prevention of cardiovascular disease. Cochrane Database of Systematic Reviews, 8, CD005051. https://doi.org/10.1002/14651858.CD005051.pub3
• Kossoff, E. H., Zupec-Kania, B. A., Auvin, S., Ballaban-Gil, K. R., Christina Bergqvist, A. G., Blackford, R., Buchhalter, J. R., Caraballo, R. H., Cross, J. H., Dahlin, M. G., Donner, E. J., Guzel, O., Jehle, R. S., Klepper, J., Kang, H. C., Lambrechts, D. A., Liu, Y. M. C., Nathan, J. K., Nordli, D. R., Jr., … Wirrell, E. C. (2018). Optimal clinical management of children receiving dietary therapies for epilepsy: Updated recommendations of the International Ketogenic Diet Study Group. Epilepsia Open, 3(2), 175-192. https://doi.org/10.1002/epi4.12225
• Larsen, C. S. (2006). The agricultural revolution as environmental catastrophe: Implications for health and lifestyle in the Holocene. Quaternary International, 150(1), 12-20. https://doi.org/10.1016/j.quaint.2006.01.004
• Le Leu, R. K., Winter, J. M., Christophersen, C. T., Young, G. P., Humphreys, K. J., Hu, Y., Gratz, S. W., Miller, R. B., Topping, D. L., Bird, A. R., & Conlon, M. A. (2015). Butyrylated starch intake can prevent red meat-induced O6-methyl-2-deoxyguanosine adducts in human rectal tissue: A randomised clinical trial. British Journal of Nutrition, 114(2), 220-230. https://doi.org/10.1017/S0007114515001750
• Lennerz, B. S., Mey, J. T., Henn, O. H., & Ludwig, D. S. (2021). Behavioral characteristics and self-reported health status among 2029 adults consuming a “carnivore diet”. Current Developments in Nutrition, 5(12), nzab133. https://doi.org/10.1093/cdn/nzab133
• Li, H., Li, S., Yang, H., Zhang, Y., Zhang, S., Ma, Y., Hou, Y., Zhang, X., Niu, K., Borné, Y., & Wang, Y. (2022). Association of ultraprocessed food consumption with risk of dementia: A prospective cohort study. Neurology, 99(10), e1056-e1066. https://doi.org/10.1212/WNL.0000000000200871
• Li, R., Yu, K., & Li, C. (2018). Dietary factors and risk of gout and hyperuricemia: A meta-analysis and systematic review. Asia Pacific Journal of Clinical Nutrition, 27(6), 1344-1356. https://doi.org/10.6133/apjcn.201811_27(6).0022
• Manco, M., Guerrera, S., Ravà, L., Ciofi degli Atti, M., Di Vara, S., Valeri, G., & Vicari, S. (2021). Cross-sectional investigation of insulin resistance in youths with autism spectrum disorder. Any role for reduced brain glucose metabolism? Translational Psychiatry, 11(1), 229. https://doi.org/10.1038/s41398-021-01345-3
• Mathers, J. C. (2023). Dietary fibre and health: The story so far. Proceedings of the Nutrition Society, 82(2), 120-129. https://doi.org/10.1017/S0029665123002215
• O’Hearn, A. (2020). Can a carnivore diet provide all essential nutrients? Current Opinion in Endocrinology, Diabetes and Obesity, 27(5), 312-316. https://doi.org/10.1097/MED.0000000000000576
• O’Keefe, S. J. (2019). The association between dietary fibre deficiency and high-income lifestyle-associated diseases: Burkitt’s hypothesis revisited. The Lancet Gastroenterology & Hepatology, 4(12), 984-996. https://doi.org/10.1016/S2468-1253(19)30257-2
• Oostindjer, M., Alexander, J., Amdam, G. V., Andersen, G., Bryan, N. S., Chen, D., Corpet, D. E., De Smet, S., Dragsted, L. O., Haug, A., Karlsson, A. H., Lange, N. E., Milkowski, A., Przybylski, R., Schönfeldt, H. C., Vasilopoulou, E., & Egelandsdal, B. (2014). The role of red and processed meat in colorectal cancer development: A perspective. Meat Science, 97(4), 583-596. https://doi.org/10.1016/j.meatsci.2014.02.011
• Phillips, M. C. L., Deprez, L. M., Mortimer, G. M. N., Murtagh, D. K. J., McCoy, S., Mylchreest, R., Gilbertson, L. J., Clark, K. M., Simpson, P. V., McManus, E. J., Oh, J.-E., Yadavaraj, S., King, V. M., Pillai, A., Romero-Ferrando, B., Brinkhuis, M., Copeland, B. M., Samad, S., Liao, S., & Schepel, J. A. C. (2021). Randomized crossover trial of a modified ketogenic diet in Alzheimer’s disease. Alzheimer’s Research & Therapy, 13(1), 51. https://doi.org/10.1186/s13195-021-00783-x
• Priebe, M. G., van Binsbergen, J. J., de Vos, R., & Vonk, R. J. (2008). Whole grain foods for the prevention of type 2 diabetes mellitus. Cochrane Database of Systematic Reviews, 1, CD006061. https://doi.org/10.1002/14651858.CD006061.pub2
• Rico-Campà, A., Martínez-González, M. A., Alvarez-Alvarez, I., Mendonça, R. D., de la Fuente-Arrillaga, C., Gómez-Donoso, C., & Bes-Rastrollo, M. (2019). Association between consumption of ultra-processed foods and all cause mortality: SUN prospective cohort study. BMJ, 365, l1949. https://doi.org/10.1136/bmj.l1949
• Rowntree, J. E., Stanley, P. L., Maciel, I. C. F., Thorbecke, M., Rosenzweig, S. T., Hancock, D. W., Guzman, A., & Raven, M. R. (2020). Ecosystem impacts and productive capacity of a multi-species pastured livestock system. Frontiers in Sustainable Food Systems, 4, 544984. https://doi.org/10.3389/fsufs.2020.544984
• Semenkovich, K., Brown, M. E., Svrakic, D. M., & Lustman, P. J. (2015). Depression in type 2 diabetes mellitus: Prevalence, impact, and treatment. Drugs, 75(6), 577-587. https://doi.org/10.1007/s40265-015-0347-4
• Stanley, P. L., Rowntree, J. E., Beede, D. K., DeLonge, M. S., & Hamm, M. W. (2018). Impacts of soil carbon sequestration on life cycle greenhouse gas emissions in Midwestern USA beef finishing systems. Agricultural Systems, 162, 249-258. https://doi.org/10.1016/j.agsy.2018.02.003
• U.S. Department of Health and Human Services & U.S. Department of Agriculture. (2015). 2015–2020 Dietary guidelines for Americans (8th ed.). https://health.gov/sites/default/files/2019-09/2015-2020_Dietary_Guidelines.pdf
• Wannamethee, S. G., Shaper, A. G., Lennon, L., & Morris, R. W. (2005). Metabolic syndrome vs Framingham Risk Score for prediction of coronary heart disease, stroke, and type 2 diabetes mellitus. Archives of Internal Medicine, 165(22), 2644-2650. https://doi.org/10.1001/archinte.165.22.2644
• Yusuf, S., Hawken, S., Ôunpuu, S., Dans, T., Avezum, A., Lanas, F., McQueen, M., Budaj, A., Pais, P., Varigos, J., & Lisheng, L. (2004). Effect of potentially modifiable risk factors associated with myocardial infarction in 52 countries (the INTERHEART study): Case-control study. The Lancet, 364(9438), 937-952. https://doi.org/10.1016/S0140-6736(04)17018-9
• Zhong, V. W., Van Horn, L., Greenland, P., Carnethon, M. R., Ning, H., Wilkins, J. T., Lloyd-Jones, D. M., & Allen, N. B. (2020). Associations of processed meat, unprocessed red meat, poultry, or fish intake with incident cardiovascular disease and all-cause mortality. JAMA Internal Medicine, 180(4), 503-512. https://doi.org/10.1001/jamainternmed.2019.6969

Klaar om leefstijl écht een plek te geven in je leven? Word lid van de leefstijlcommunity

Ontdek de voordelen van een lidmaatschap voor slechts € 25,- per jaar.

Kennis, educatie & inspiratie

Bekijk artikelen, interviews en webinars op je eigen tempo – kies wat bij jou past.

Actieve thema-clubs

Sluit je aan bij de kookclub, beweegclub of zingevinggroep. Deel ervaringen, vind motivatie en werk samen aan je doelen.

Gratis toegang tot support

Alles op één plek, zonder social media. Echte verhalen, wederzijdse steun en een gemeenschap die leefstijl serieus neemt.

Inschrijven nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief met elke maand recepten, tips en tricks, heldere artikelen en ervaringsverhalen over leefstijlgeneeskunde.

De informatie van Stichting Je Leefstijl Als Medicijn over leefstijl, ziektes en stoornissen mag niet worden opgevat als medisch advies. In geen geval adviseren wij mensen om hun bestaande behandeling te veranderen. We raden mensen met chronische aandoeningen aan om zich over hun behandeling goed door bevoegde medische professionals te laten adviseren.