Voor zijn boek Weet wat je eet put journalist Daan de Wit uit twee essentiële bronnen: de oudste kennis over voeding en de nieuwste wetenschappelijke ontdekkingen. Het zijn twee bronnen waarvan we nu nog te weinig gebruikmaken, met alle gevolgen vandien. Weet wat je eet laat zien hoe beide bronnen elkaar bevestigen en versterken.

 

Een belangrijke vertegenwoordiger van de oudste kennis over voeding is de Amerikaanse wetenschapper Weston Price (1870 – 1948). In Weet wat je eet is een hoofdstuk gewijd die op zoek ging naar het geheim van gezonde volken. En het vond.

Het verhaal begint in de Verenigde Staten van de vorige eeuw. Het zijn de jaren dertig, enkele tientallen jaren na de opkomst van de voedingsindustrie. Tandarts Weston Price ziet hoe de gebitten van zijn patiënten zijn aangetast. Sterker, hun algehele gezondheid is er slecht aan toe. Dat het anders moet is hem duidelijk, maar hoe? Hij beseft dat hij een controlegroep nodig heeft, een soort gouden standaard, mensen die van nature gezond zijn. Hij neemt een vergaand besluit en trekt naar de meest afgelegen gebieden van de wereld om uiteindelijk veertien bevolkingen te bezoeken die nog niet in contact zijn gekomen met het nieuwe westerse voedsel. Hoe gezond zijn deze mensen en kunnen wij iets van hen leren?

 

Wat Price op zijn reizen aantreft is opzienbarend. Want hoe anders is het in de afgelegen dorpen die hij bezoekt in Zwitserland, bij de Eskimo’s, onder de Polynesische eilandbewoners en Nieuw-Zeelandse Maori’s, bij de indianen in Zuid-Amerika en de kustgemeenschappen in Peru, de Gaelic-volken in Schotland en de stammen op de Afrikaanse hooglanden. Stralende en goed gevormde gebitten, mensen met gezonde botstructuren, emotioneel stabiel, een goede afweer en krachtige gezichtsuitdrukkingen. Price, tevens een enthousiast amateurfotograaf, legt het vast en analyseert de voedingspatronen tot in detail. Hij is vastbesloten het geheim te ontdekken van de uitstekende gezondheid van deze bevolkingen, die vaak leven in barre omstandigheden.

In een periode van ruim tien jaar reist Price de wereld over, op zoek naar het geheim van natuurlijke gezondheid. Hij financiert zijn reizen zelf om daarmee de onafhankelijkheid van zijn onderzoek veilig te stellen. Bij de ontmoetingen met de mensen die hij treft, gaat zijn aandacht vaak als eerste uit naar de staat van het gebit, wat hij ziet als een belangrijke maatstaf voor de algehele gezondheid. Voornaamste vraag: wat staat er op het menu van de mensen die hij bezoekt? De door Price bezochte volken eten uiteraard zeer verschillend, omdat zij in uiteenlopende klimaten en gebieden leven. Een Eskimo op een ijsschots eet anders dan een Masai­krijger onder de Afrikaanse zon. Het doet de vraag opkomen wat, ondanks de verschillen, de overeenkomsten zijn van deze gezonde mensen. In zijn laboratorium analyseert Price de voedingsmonsters die hij neemt, op zoek naar een gemene deler. En die blijkt er te zijn.

Wat mensen die van nature gezond zijn wel en juist niet eten
De grote gemene deler die de gezondheid verklaart van alle gezonde volken, gemeenschappen en stammen in al die verschillende klimaten en werelddelen, is de grote hoeveelheid vitaminen die zij met hun voeding tot zich nemen, vooral de vetoplosbare variant. De door Price bezochte mensen zijn volgens hem zo gezond omdat zij viermaal zo veel wateroplosbare vitaminen, calcium en andere mineralen consumeren en tienmaal zoveel A, D, E en K, de vetoplosbare vitaminen, als de Amerikanen die hij in zijn tandartsstoel in Ohio aantreft. En het een heeft met het ander te maken: dankzij de vetoplosbare vitaminen is het voor het lichaam mogelijk de mineralen op te nemen. Het is dus van belang beide in combinatie met elkaar te eten, bijvoorbeeld groenten die worden gebakken om de mineralen los te maken, geserveerd samen met boter of crème fraîche om ze goed opneembaar te maken. Ons lichaam neemt slechts een deel op van het aanbod aan vitaminen en mineralen, legt Price uit, soms zelfs minder dan de helft. Hij pleit daarom voor ruime hoeveelheden, vooral tijdens belastende periodes, zoals snelle groei bij kinderen, zwangerschap, zogen en ziekte. ‘Het is interessant om te zien dat de voedingspatronen van de primitieve groepen die een zeer hoge immuniteit hebben voor cariës en ook geen last hebben van andere degeneratieve processen allemaal ten minste viermaal de minimumbehoefte bevatten,’ schrijft hij. Hoe zit het eigenlijk met de minimumbehoefte van de moderne westerse mens?

Pillen-­met-­stofje-­x-­y-­of-­z
Wat blijkt, is dat we ondanks of misschien wel dankzij ons geavanceerde leven flinke tekorten oplopen. Tien tot twintig procent van de bevolking heeft bijvoorbeeld een ernstig vitamine-C-tekort, en 15 tot 44 procent heeft een sluimerend tekort. Van magnesium, een mineraal dat helpt bij het onderdrukken van lagegraad-ontstekingen, haalt de helft van de mensen de dagelijks aanbevolen hoeveelheid niet, terwijl deze aanbevelingen vaak echt niet hoog zijn. Over vitamine E is bekend dat de ouderen die daarvan het meeste tot zich namen hun kans op de ziekte van Alzheimer met 24 procent verkleinden. Ouderen die relatief veel vitamine K consumeerden, hadden bijna 60 procent minder kans om te overlijden aan een hartinfarct. Kalium, ook niet onbelangrijk, wordt maar door een op de tien mensen in voldoende mate ingenomen. Over vitamine D, door je lichaam onder meer ingezet om sterke botten te maken, schrijft dr. Remko Kuipers, iemand die veel onderzoek deed naar wat je oerdiëten kunt noemen: ‘Het feit dat onze voorouders een gemiddelde vitamine D­ status hadden van 115 nmol/l, doet vermoeden dat de huidige aanbevelingen [van 30 nmol/l] veel te laag zijn.’ Wat Weston Price zag dat werkte, was dat gezonde mensen ruime hoeveelheden innamen van de beschikbare voedingsstoffen. Het is een heel andere kijk op de zaak dan de minimale hoeveelheden die wij hanteren op basis van de ADH’s, de aanbevolen dagelijkse hoeveelheden, en ook een fundamenteel andere blik met betrekking tot de losse moleculen en pillen­met­stofje­x­y­of­z waarop wij onze aandacht richten. Onze westerse visie maakt dat we tegenwoordig, ondanks onze overvloed, regelmatig van alles tekortkomen. De conclusie die Price trekt, staat haaks op hoe we er nu tegenaan kijken. Price zegt: zorg voor ruim voldoende bouwstenen en breek ze niet af in een proces van raffinage, zoals bij suiker, meel en zout dat mooi wit wordt gemaakt. Als je de bouwstoffen laat bestaan zoals de natuur ze aanbiedt, kunnen ze in hun natuurlijke onderlinge samenwerking namelijk meer bereiken dan de som der delen.

‘Wat minstens zo relevant is bij de zoektocht naar de sleutel tot een goede gezondheid, is te constateren wat de volken die Price bezocht niet aten. De bindende factor bij al de mensen die Price bezocht, was dat zij geen geraffineerd voedsel aten. Stamleden die dergelijk modern voedsel wel hadden omarmd, zette Price ook op de foto. Inclusief hun ernstige gebitsproblemen, of hun nageslacht van wie de botstructuur was aangetast, waardoor ze niet meer de brede gezichten en geprononceerde jukbeenderen hadden die wel te zien waren bij de rest van de stam. Uit het onderzoek van Price bleek dat als deze mensen weer op de traditionele manier gingen eten de problemen stagneerden en dat er, soms zelfs al binnen hetzelfde gezin, kinderen uit geboren werden die weer alle typisch gezonde kenmerken hadden.

Van de vier vitaminen die Price aantrof die zo belangrijk waren, komt vitamine E voor in plantaardige vorm. A, D en K zijn in ruime mate uit dierlijke bron te verkrijgen, zoals vis, melk, eieren, schaaldieren en vlees. Die leveren overigens niet alleen vitaminen, maar ook vetten en eiwitten. Price in zijn boek:

‘Tot op heden heb ik geen enkele primitieve groep gevonden die een voortreffelijke lichaamsbouw had en hield door volledig te leven van plantaardige voedingsmiddelen. Ik heb in vele delen van de wereld zeer vurige voorstanders van ethische systemen aangetroffen die de beperking van voedingsmiddelen tot uitsluitend plantaardige producten voorstonden. Overal waar men zich langdurig aan deze leer hield, vond ik beduidend meer bewijs van aftakeling in de vorm van cariës en bij de nieuwe generatie in de vorm van abnormale tandbogen dan bij primitieve groepen die zich hier niet aan hielden.

Tot zo ver het eerste deel van het hoofdstuk over Weston A. Price in Weet wat je eet. De volgende paragrafen in het hoofdstuk gaan over wat de heel verschillende bevolkingen die Price bezocht als ‘heilig voedsel’ beschouwden, wat toen en nu de rol was van voeding bij de zwangerschap, wat toen en nu bekend was over de invloed van voeding op het karakter, de stemming en zelfs de handigheid van het kind, over wat je geraffineerde koeien kunt noemen en hoe het lichaam roofbouw kan spelen op zichzelf, over wat Price ziet als de wetten van de natuur, welke rol supplementen kunnen spelen, hoe je het beste omgaat met zout, waarom moderne voeding vaak te weing voedend is, waar Price op zijn reizen wel en niet is geweest en wat hij daar aantrof en zijn interesse in schedels en gebitten en wat we er over kunnen leren als het gaat over voeding.

Lees hier alvast iets meer over de andere hoofdstukken in Weet wat je eet en wat je daarin kunt verwachten.

Boeken kopen via Je Leefstijl Als Medicijn.

Via de pagina gezonde leefstijl boeken kunt u boeken die ik aanbeveel kopen bij Bol.com. Het zijn boeken die u kunnen helpen met een Gezonde Leefstijl. U koopt het boek via deze link rechtstreeks bij Bol.com voor dezelfde prijs die u normaal betaald maar ik ontvang hierover dan een kleine commissie waardoor u de ontwikkeling van deze site steunt.

Onderstaande video links is een lezing van Sally Fallon-Morell de voorzitster van de Weston A. Price foundation in de Verenigde Staten. Ze geeft met name een visie over hoe de voedingsindustrie succesvol  heeft getracht om de natuurlijke vetten te vervangen door de kunstmatig gefabriceerde vetten.

De video rechts is van biochemicus en blogger Chris Masterjohn. Met in de lezing veel achtergrond over Weston A. Price.